BSA 18

Share the joy
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

BSS
Bronnen voor de Studie van Suriname

BSA 18

ISBN: 90-393-1288-5

uitverkocht

Ellen Klinkers
Op hoop van vrijheid: Van slavensamenleving naar Creoolse gemeenschap in Suriname, 1830-1880.
Utrecht, 1997.Een aantal jaren geleden verzuchtte Gert Oostindie in Oso, Tijdschrift voor Surinaamse Taalkunde, Letterkunde en Geschiedenis dat in de archieven over Suriname zo weinig te vinden valt over het leven van de gewone slaaf. Economische gegevens vond hij volop, want plantages waren grote ondernemingen waar men zorgvuldig de winst- en verliesrekeningen bijhield, maar over de cultuur van de slaven zou maar weinig te vinden zijn. Oostindie sprak in dat artikel over ‘onherroepelijk verloren gegaan’. Waarschijnlijk moeten wij hem gelijk geven voor een groot gedeelte van de slavernijperiode.
Rond 1840 evenwel veranderde dit. Herrnhutter zendelingen kwamen het Christendom onder de slaven prediken. Zij keken met een ander oog naar de cultuur van de slaven dan de eigenaren en bestuursambtenaren voor hen deden. Voor de hedendaagse onderzoeker is het uitermate prettig dat de zendelingen uitgebreid noteerden wat hen opviel aan het slavenleven. Eindelijk andere gegevens dan cijfers over investeringen, prijzen van slaven, rentabiliteit van slaven en geƫxporteerde oxhoofden suikers. En dankzij Ellen Klinkers eindelijk een historisch verantwoord boek, waarin het alledaagse leven op de Surinaamse plantages rond de Emancipatie centraal staat.
Op 1 juli 1863 werd de slavernij in Suriname afgeschaft, maar dat bracht geen grote veranderingen met zich mee. Nadat er dagenlang uitbundig gefeest was, ging iedereen gewoon weer aan de slag. Gedurende een overgangsperiode van tien jaar bleven de voormalige slaven op de plantages werken, maar ze kregen nu betaald en hadden het recht van werkgever te veranderen.
In Op hoop van vrijheid behandelt Ellen Klinkers de overgang van slavensamenleving naar Creoolse gemeenschap in Suriname over de periode 1830-1880. Zij doet dat in een boeiend betoog met goed gekozen anekdotes die het de lezer mogelijk maken, een duidelijk inzicht te krijgen in het leven op het Surinaamse platteland in de vorige eeuw. Zij besteedt veel aandacht aan het slavengezin. Bestond dat eigenlijk wel? Als we kijken naar studies over Afro-Amerikaanse gezinnen, dan valt op dat de schrijvers erover vaak de onvolledigheid en instabiliteit van deze gezinnen benadrukken. Zij gaan daarbij volkomen voorbij aan de betekenis van de familie voor de slaven, de hulp die verwanten elkaar gaven: broers aan zusters en omgekeerd, en de rol van de grootmoeder in het regelen van allerlei familiaire aangelegenheden. Op Surinaamse plantages woonden families, waarbij de verwantschap belangrijker was dan de aanverwantschap. Ellen Klinkers beschrijft deze families met gevoel, met nauwkeurigheid en met respect.