BSS 21

Share the joy
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

BSS
Bronnen voor de Studie van Suriname


BSS 21

ISBN 90-5538-032-6

NUGI 653/941/614

Prijs: € 15,-

Cornelis Dubelaar & André Pakosie
Het Afakaschrift van de Tapanahoni in Suriname.
Utrecht 1999. Wanneer het precies was, is niet meer bekend, maar het gebeurde waarschijnlijk in 1908. Op zekere nacht kreeg de Ndyuka Bosneger, Afaka, een droom waarin hem de geest van een blanke verscheen. Deze geest droeg hem op een schrift te ontwerpen voor zijn stamgenoten die tot op dat moment analfabeet waren. De Ndyuka Bosnegers zijn de afstammelingen van slaven die in de achttiende eeuw de wrede Surinaamse slavernij ontvluchtten. Zij vestigden zich in de oerwouden van Suriname, veilig boven de grote watervallen.
Afaka gaf gehoor aan de droom. In de dagen daarna ontwierp hij zijn schrift. Iedere twee of drie dagen ontwierp hij een teken, 56 in totaal. Het waren lettergreeptekens en met die 56 syllabe-tekens is het mogelijk alle Ndyuka-woorden te schrijven.
In het begin hield Afaka zijn uitvinding voor zichzelf, maar de verschijning van de komeet van Halley in 1910 was voor hem een teken dat hij de kennis van het schrift moest verbreiden. Afaka had contacten met katholieke missionarissen die rond die tijd pogingen deden de ‘heidense’ Ndyuka tot het katholicisme te bekeren. De missie zag onmiddellijk het belang in van Afaka’s schrift voor de kerstening van deze Bosnegers, maar de belangrijkste opperhoofden moesten niets van het katholicisme hebben en wilden daardoor ook niets van het Afaka-schrift weten. Binnen de Ndyuka-samenleving is evenwel altijd een kleine groep actief gebleven die het Afaka-schrift leerde en de kennis ervan doorgaf.
Cornelis Dubelaar en André Pakosie hebben in dit boek alle door Afaka geschreven teksten bijeengebracht. Het zijn filosofische en religieuze teksten. Opgenomen zijn de teksten in het Afaka-schrift met een Sranantongo (Surinaamse) en een Nederlandse vertaling. Het boek bevat verder een duidelijke inleiding waarin het werk en de persoon van Afaka beeldend beschreven worden en geplaatst binnen de maatschappelijke context van het begin van de twintigste eeuw.
Cornelis Dubelaar (geboren 1917), neerlandicus, was van 1951 tot 1965 leraar Nederlands in Paramaribo. Daar kwam hij in contact met het Afaka-schrift. Hij publiceerde eerder over rotstekeningen in Zuid-Amerika, over de verhaalkunst van de Bosnegers en over Afaka. André Pakosie (geboren 1955) is een Ndyuka die reeds in 1972 begon met publiceren over de culturele en historische aspecten van de samenleving waarin hij opgroeide. Hij behoort tot de kleine kring die het Afaka-schrift kent en doorgeeft. Binnen deze groep is hij de ede-bukuman (hoofdman van het Afakaschrift)